De mens die de getallen uitvond zouden ze toch eens een pak slaag moeten verkopen. Zo lui dat die was. Komaan, ge moet begot 10 getallekes tekenen. Hij begon met een 0, dan een 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8. Hij was er bijna, hij heeft al 9 getallekes getekend waarmee alle getallen ooit gemaakt zullen kunnen worden. Bijna! Nog eentje en oneindig lang zullen alle getallen in de oneindigheid met zijn tekeningskes worden gemaakt… en dan wordt hij lui. Dan faalt hij. Dan stelt hij de mensheid voor eeuwig teleur. De 9 wordt een omgekeerde 6. Hopelijk leren we iets uit deze les.

Neen, hij wordt gewoon nog eens gevraagd. Deze keer zijn de letters aan de beurt. Het alfabet. 26 stuks. Dat is al een pak ingewikkelder. Maar hey, hij was aan een uitdaging toe. En samen met zijn beste kameraad begint hij eraan: A, b, c, d, niet te moeilijk nee. E, f, g, dit valt goed mee. En hop de h erbij. Bij de i krijgt hij het wat moeilijk, die lijkt verdacht veel op een 1, maar kijk eens aan, met een puntje erboven is dat zo opgelost. En zie eens aan, als ik er nu gewoon een staartje aanhang heb ik weer een nieuwe letter, joepie. Nog even alle creativiteit uit de kast halen om de k te tekenen, maar misschien moet de volgende toch niet té creatief te zijn. Wat doen we met de l? Och ja, kijk, ik maak nog eens iets dat lijkt op een 1. En dus ook op een i. Kan toch geen kwaad, er gaat toch nooit iemand al die 26 letters gebruiken zekers? Dan maakte hij de n. Hij doet ne keer zot en maakt een dubbele n. En als we de volgorde nu eens veranderen? Dubbel zot. De m en de n zijn er ook bij. Maar genoeg gek gedaan, de volgende moet nog maar eens een normale worden. Iets met niet te veel foliekes. Iets ronds ofzo. Wacht, hadden we zo al geen gemaakt? Das just, herinnert ge u nog de 0 die we maakten bij de getallekes? Laten we die ook gewoon bij de letterkes gebruiken. Is toch zo mooi en rond en perfect. Zo uniek dat ik hem hier ook gebruik. Voila zie: o. En als we daar nu is een vlaggestokske aanhangen? Voila: p. Hé maar wacht eens, die lijkt op de b van in’t begin. Tis nog waar ook, eigenlijk staat dat stokske gewoon op een andere plaats. Net gelijk bij de d, nu ge het zegt. Dus als we dat stokske nu ook gewoon eens langs die andere kant zetten? De q is ook geboren. Kom, we maken gewoon nog wat halve en dubbele versies van dingen die we al gemaakt hebben. En we spiegelen ze, we zetten ze op hun kop of we laten een stukske weg. x en y en z. Zo maak ik het alfabet. Geen mens die er op let.